| 1 | Stormvloedramp 1953 als gevolg van Lely's politiek toegezegde afdamming van de Zuiderzee |
| 2 | Lely had in 1916 doorbreken Zuiderzeedijken met explosieve zeestijging behoren te verklaren Doorbraken 1916 en 1953 daarmee verklaren maakt meters overhoogte deltadijken vrij voor zeestijging |
| 3 | Mijn forklaeijersplan etaleerde in Ferwerderadeel extreem overdimensioneren van Deltaplan 3.1 Friese bedijkingsconcessie weggepromoveerd voor Oosterscheldekering kunnen afbouwen 3.2 Mijn bezwaarschrift steenbekleding Afsluitdijk planologisch en waterstaatkundig beschamend behandeld 3.3 Woord- en afkortverklaringen voor zeestanden en golven 3.4 Literatuurlijst |
| 4 ▼ | Archeologische bijdrage aan Fries/Friesisch dijkprincipe uit ons land doen verdwijnen Samenvatting: De verklaring voor vanaf ±2700 jaar geleden langs de ±800km Fries/Friesische kust op terpen gaan wonen lag er sindsdien voor oprapen. Want de dat verklarende dijkbouwwijze bleef o.a. in Ferwerderadeel tot de komst van de kunstmest (begin vorige eeuw) buitendijks toegepast. Dat betrof kwelderaanwas ontzilten met voldoende lage kaai(dijk)en om door overlopen met tijdens stormen slibrijk zeewater de ontstane kegen (zomerpolders) vruchtbaar te houden. Zoveel eenvoudiger en vergankelijker dan de meters hogere terpen dat de archeologen hun ontstaan bij hun opgravingen eeuwen verder terug in de tijd dateerden, daardoor concluderend dat hun bewoners nog geen zeekeringen konden maken. |
| 5 | Taalkundige bijdrage aan Fries/Friesisch dijkprincipe uit ons land doen verdwijnen Korte inhoud: Als archeologen op terpen wonen niet (blijven) verklaren met als bewoners millennia zomerbedijking prefereren, riep bij de taalkundigen (zee)dijk als betekenis op voor dic in de Zeeuwse toponiemen Tubinis dic (996) en Tubindic (1025). En daardoor met "dijk, kunstmatig aangelegde waterkering" gaan verklaren van dic, dik, diic, dich in het Oudnederlands Woordenboek en het daaraan toegekende beginjaar 500 als toen daar beginnen van de Nederlandse dijkbouw. Om vervolgens de 17 middeleeuwse schrijfvormen van Ned. dijk en Fry. dyk in het Vroegmiddeleeuws Woordenboek voor het tijdvak 1200-1300 gaan verklaren met "opgeworpen aarden wal die dient als waterkering langs of om enig water". Maar in plaats van grond opwerpen betreffende betekenissen, verklaarde Kilians woordenboek zelfs nog in 1599 dijck, Dijck, dijcken, dijcker met graven in annex verplaatsen van grond betreffende betekenissen, d.w.z. vervenen annex akkerbouwen betreffend zoals Eng. (to) dig met 'steek, graven' bleef doen. |
|
5.1
Door de etymologische woordenboeken gegeven herkomstverklaringen voor Ned. dijk en Fry.dyk 5.2 Door verklarende woordenboeken aan hun huidige en oudere schrijfwijzen toegekende betekenissen 5.3 De etymologisch genegeerde verklaringen van Kilians woordenboek Nederlands-Latijn (1599) 5.4 De etymologisch genegeerde verklaringen van Halbertsma's woordenboek Fries-Latijn (1869) 5.5 Etymologische verklaringen voor Engels-, Duits- en Deenstalige cognaten van Ned. dijk en Fry. dyk |