logo seewarring  Webstek-/sitemap

◀ §4
§6 ▶

Mijn verklaring voor millennia op terpen wonen

De Fries/Friesische (wadden)kust heeft tussen de nauwelijks begroeide slikken en de volledig begroeide 'hoge kwelder' (boven overloopkans ±50x/jaar) de deels begroeide 'lage kwelder'. Doordat de kleigrond daar zomers in op basaltblokken lijkende brokken scheurt die handmatig kunnen worden uitgetild en verplaatst, was daar al voorafgaande aan de IJzertijd met blote handen mogelijk wat eeuwen of mogelijk zelfs pas millennia later met ijzeren gereedschap ging gebeuren en tot de komst van de kunstmest begin vorige eeuw buitendijks doorging. Dat betrof zoute kweldergrond ontzilten met als nog het meest zichtbare van de daarvoor gemaakte en o.a. in Ferwerderadeel buitendijks gebleven kegen  (zomerpolders) hun lage kaaien  (kadijken, zomer­kaden).

Zulke lage (zomer)kaden waren hoog genoeg om (door greppelen ontzilte) kweldergrond ontzilt te houden door overlopen met zeewater te voorkomen als het 'kæige land' (keeg, koog, kaag) door indroging absorberend kon zijn, d.w.z. ongeveer het zomerhalfjaar. Halfjaarlijkse afsluiters (Fry. kæi, Eng. key) die meer dan twee millennia niet hoger werden gemaakt om het 'bekaaide land' door overlopen met tijdens stormen slibrijk zeewater vruchtbaar te houden, daar­door al die tijd langs de Fries/Friesische kust veel grotere gras-/gewasopbrengsten dan op het 'oude land' houdend. Voor er het hele jaar kunnen wonen stonden de boerderijen op wierden en Warften (koepelnaam terpen ) tot ze binnendijks van een nabijgelegen 'voljaarlijkse' zeekering plaatsen mogelijk werd, daardoor de sindsdien tot de komst van de kunst­mest nog buitendijks gemaakte kegen  (zomer­polders) onbewoond houdend.

Maar op vondsten dateren deed de archeologen concluderen dat terpen eerder dan (kaai)dijken ontstonden. Voor hen als verschil kennelijk teveel om dat toe te denken aan minder vergankelijk zijn van de tot veel grotere terpen plus in de kaai(dijk)en ontbreken van bewoningsvondsten. Gevolg was het maken van duizenden heechhiemen  'verhoogde erven' gaan toedenken aan de zeekeringen nog niet sterk genoeg kunnen maken tot schrijfwijzen zoals DIC, DICH, DIIC, DIK in toponiemen zoals TUBANDIC en woorden zoals DICGRAVE verschenen. Om hun hypothese vervolgens taalkundig ondersteund te zien in met name lemma dijk  in het Oudnederlands woordenboek voor het tijdvak ±500-1200 verklaren met 'kunstmatig aangelegde waterkering', d.w.z. door falen als taalkundigen de door de archeologen toegedachte betekenis. Plus door de waterstaters gesteund met volgens de deltanorm  van (delta)dijken met een grasbeklede binnenkant beweren al kunnen doorbreken als de hoogste golfuitloper bij de kruin komt. Zelfs aan de Nederlandse kant van de Fries/Friesische kust beweerd doordat het rijk verbouwen tot deltadijk volledig betaalde.

4.1 Voor- en nadelen van volstaan met kaai(dijk)en ofwel zomerkaden
4.2 Begin dijkaanleg volgens de archeologen, d.w.z. met voorbijgaan aan kaai(dijk)en
§ 5
koepelnaam
terp

uart
uert
war
ward
warf
warft
warp
warring
wart
weer
wer
werd
werp
wert
wierd
wierde
wiering
worp
wurt