De stormvloedramp van 1953 kreeg een vuistdik verslag van rijkswaterstaat. Maar publiceren volgde pas in 1961 zoals op regeringsniveau was afgesproken vanwege (1) als politici willen bijdragen aan verloren vertrouwen in de destijdse zeedijkjes herstellen en (2) als rijkswaterstaat bespaard blijven voor het verwijt die ramp hebben opgeroepen door na Lely's afdamming van de Zuiderzee voor de Zeeuws/Hollandse delta hebben besloten tot wat die minister zich permitteerde voor waar maken van zijn desbetreffende politieke belofte. Daar sinds ±1948 de indrukwekkende deltadammen en -dijken van tonen, zal hebben bijgedragen aan de Tweede Kamer in 1958 doen besluiten tot bij Deltawet wettelijk verplichten onze zeekeringen volgens de deltanorm berekenen.
Eerdere startversies:
De stormvloedramp van 1953 beperkte zich vrijwel tot —na overlopen van binnenuit ontstane— doorbraken aan de windluwe kant van de Zeeuws/Hollandse eilanden. Eenvoudig voorkombare doorbraken die zich m.i. niet zouden hebben voorgedaan als minister Lely ter versterking voor de in 1916 aan de windluwe west- en zuidkant van de Zuiderzee ontstane doorbraken had willen volstaan met wat de rijkswaterstaat hem adviseerde. Vanwege de toegenomen zeestijging voor de windluw annex kleiloos gesitueerde dijken niet volstaan met plaatselijk verkregen (zavel)grond zoals tot dan met "salichheijt hangt de hoochte" aangeraden toen zeestijging nog geen betekenis had. En daarmee een bekleding met elders verkregen klei de dijkbouwwijze die aanslibbende kusten zoals de gehele Fries/Friesische kust eenvoudig doorbraakvrij had gehouden en aan de Duitse kant met "platte oder flache Deiche" (citaat 1723) benut bleef.
De stormvloedramp van 1953 had eenvoudig kunnen worden voorkomen. En was m.i. zelfs eenvoudig voorkomen als minister Lely in 1916 kennis had getoond van de in oude geschriften staande verklaring voor de toen aan de windluwe zuid- en westkant van de Zuiderzee opgetreden dijkdoorbraken. Dat door ze verklaren met nog de dijkbouwwijze hebben van toen zeestijging nog niet leek te bestaan en daardoor voor die kleiloze Zuiderzeekant i.p.v. bekleden met "dure" klei van elders met "salichheijt hangt aen de hoochte" steilhellende binnenkanten van plaatselijk verkregen (zavel)grond werden aanbevolen. Best mogelijk dat hij de doorbraken dan niet ten gunste van politiek toegezegde afdamming van de Zuiderzee . . .
De stormvloedramp van 1953 had eenvoudig kunnen worden voorkomen. Dat door voor heel Nederland het dijkprincipe kiezen dat de gehele Fries/Friesische kust doorbraakvrij had gehouden, maar dat alleen aan de Duitse kant gewaardeerd kreeg met "flache oder platte Deiche" (citaat 1723) houden. Als keuze ondersteund door vrijwel beperkt gebleven zijn van zijn doorbraken tot waar de Zeeuws/Hollandse eilanden aan hun windluwe kant nog de dijkbouwwijze hadden van toen zeestijging nog niet leek te bestaan en daardoor voor die kleiloze kant i.p.v. bekleden met "dure" klei van elders met "salichheijt hangt aen de hoochte" steilhellende binnenkanten van plaatselijk verkregen (zavel)grond werden aanbevolen. Maar als politici willen bijdragen aan herstel van verloren vertrouwen in wonen achter zeedijken, deed ze rijkswaterstaat helaas toestaan de publicatie van zijn stormvloedverslag tot 1961 uitstellen.
De stormvloedramp van 1953 had eenvoudig kunnen worden voorkomen. Want zijn doorbraken vrijwel tot de windluwe kant van de Zeeuws/Hollandse eilanden beperken, etaleerde als verklaring aan die kleiloze kant voor de dijkbinnenkant nog met plaatselijke (zavel)grond volstaan zoals ter besparing op bekleden met "dure" klei van elders met "salichheijt hangt aen de hoochte" werd aanbevolen toen nog nauwelijks van zeestijging sprake was. En etaleerde daarmee dat die stormvloedramp zich niet zou hebben voorgedaan als Lely daar in 1916 voor had gekozen in plaats de toen door de toegenomen zeestijging (van cm tot dm per eeuw) aan de windluwe zuid- en westkant van de Zuiderzee opgetreden doorbraken in het voordeel van zijn politiek beloofde afdamming van die binnenzee verklaren. Maar ook die 37 jaar later nogmaals verkregen ervaringskennis bleef weer onbenut. Dat door op regeringsniveau afspreken rijkswaterstaat tot 1961 met de publicatie van het stormvloedrapport laten wachten.
De stormvloedramp van 1953 had eenvoudig kunnen worden voorkomen. Dat etaleerde hij met zijn (na overlopen van binnenuit ontstane) doorbraken vrijwel tot de windluwe kant van de Zeeuws/Hollandse eilanden beperken. En met aan die kleiloze kant dan nog zeedijkjes hebben met tot vrijwel verticale binnenkanten van plaatselijk verkregen (zavel)grond doordat nauwelijks bestaan van zeestijging dat eeuwenlang met "salichheijt hangt aen de hoochte" deed adviseren in plaats van elders "dure" bekledingsklei halen. Maar die keuze had wel van minister Lely mogen worden verwacht voor de in 1916 aan de windluwe west- en zuidkant van de Zuiderzee ontstane doorbraken.
In dat geval was het dijkprincipe toegepast dat aanslibbende kusten zoals de gehele Fries/Friesische (terpen)kust heel eenvoudig doorbraakvrij had gehouden en daarom aan de Duitse kant benut bleef voor "flache oder platte Deiche" (citaat 1723). Maar doordat Lely de opgetreden doorbraken ten gunste van zijn politiek beloofde afdamming van die binnenzee interpreteerde, inspireerde hij rijkswaterstaat tot voor de Zeeuws/Hollandse delta daarmee doorgaan en kon dat eenvoudig voorkombare type dijkdoorbraak zich 37 jaar later herhalen. Met ondermeer als gevolg voor herstel van verloren vertrouwen op regeringsniveau afspreken rijkswaterstaat tot 1961 laten wachten met de publicatie van zijn stormvloedverslag.
De stormvloedramp van 1953 had eenvoudig kunnen worden voorkomen. Dat etaleerden zijn doorbraken door vrijwel beperkt blijven tot de windluwe kant van de Zeeuws/Hollandse eilanden. En daarmee aan die kleiloze kant nog de met "salichheijt hangt aen de hoochte" aanbevolen dijkprofilering hebben van toen nauwelijks nog zeestijging bestond, d.w.z. iets hoger voor volstaan met binnenkanten van de plaatselijke (zavel)grond. Hoognodig ze met klei van elders bekleden na flauwer hellen zoals bij het dijkprincipe dat aanslibbende kusten zoals de gehele Fries/Friesische (terpen)kust eenvoudig doorbraakvrij had gehouden. Plus de bijkomende voordelen houden van zoals aan de Duitse kant doorgaan met "flache oder platte Deiche" (citaat 1723). Maar voor herstel van verloren vertrouwen was aan onze kant op regeringsniveau afgesproken rijkswaterstaat tot 1961 laten wachten met de publicatie van zijn stormvloedverslag.