Webstek- / Sitemap
StekStrúner
Ψoordenboekje

  <   §4  
800-1200
+ <1600
—————
DIC
DICH
DICK
DIEC
DIEK
DIG
DIIC
DIICH
DIJC
DIJCH
DIJCK
DIJK
DIJX
DIK
DIKE
DYC
DYCK
DYK
DYKE
<   hDι:C   -2
hDι:C   -4   >
⇊   hDι:C   -3   ⇊

Ondersteunende en 'eye-openende' lemma's voor in nevenstaande D- beginnende
middeleeuwse woorden nog STEK(K)EN betreffende betekenissen verwoord zien

3.  Composietwoorden met als eindcomponent Ned. dijk  of Fry. dyk

Afsluitdijk   De vroegere Zuiderzee halverende dam, die in zijn benaming dijk bloot geeft dat zijn ontwerper zich baseerde op een principieel onjuiste 'keegloze' verklaring van Nederlands waterstaatsverleden. Doet begrijpen waarom de zuidelijke Zuiderzeedijkjes in 1916 na 12 jaar ministerschap van Lely nog klinkerwegen op hun kruin hadden en geen doorbraakvrijheid verzekerende binnenkanten. Verexcuseert hem voor zelfs nog op de toen opgetreden doorbraken toepassen van de Zeeuws/Hollandse i.p.v. de Fries/Friesische doorbraakverklaring, daardoor politiek toestaan van de afdamming bevorderend. Doet begrijpen waarom de Rijkswaterstaat zich van de uitvoering distancieerde, mogelijk mede door onuitvoerbaar zien van de geplande uitvoeringswijze (caisson­loze grondsluiting zonder nog het bestaan van keileem te kennen).
ackerdijk   Soortgelijke benaming als grasdijk, groendijk, koedijk, korendijk
Functie: Tot overschakeling op polder (eind 16e eeuw) toepgepaste benaming:
zomerdijkage grasdijk, groen(e)dijk1, koedijk, weidijk
winterdijkage ackerdijk, korendijk, winterdijk(age)
wasplaats (knol)gewassen groenkuil, groendijk2, grundig, poeldijk(?)
. Betreft in de noordelijke Neder­landen tot eind 16e eeuw door de boeren toegepaste benamingen voor wat daarna ook daar graspolder, groen­polder, enz. ging heten >. Krijgt daarmee interpreteren van het woorddeel dijk als polder voor het oprapen gelegd c.q. etaleert in het zelfs door de waterstaatshistorici daaraan toekennen van de huidige hoofdbetekenis waterkering het als zodanig bestaan van een tunnelvisie. Dragen met hun onjuiste naamverklaringen bij aan als waterstaat 'keegloos' verklaard kunnen houden van Nederlands waterstaatsverleden.
Even(e)dijk   Soortgelijke benaming als heerdijk, herendijk, hevendijk, slachtedijk, slagdijk. Betreft benamingen voor een dijk (in de betekenis van weg of bedijkt land en vanaf eind 16e eeuw ook waterkering) waarvan de onderhoudskosten werden verevend, verhoefslaagd, aangestoeld of omgeslagen.
Naam:Toelichting:
even(e)dijk
grastaldijk
heerdijkBetekenis heer volgens Glossarium voor Waterstaatstermen: onderhoudsplichtige
he(e)rendijkZie heerdijk
hevendijk
slachtedijk
(ook slach en slag). Verkorte benaming voor hoefslach(te) of hofslach(te), voluit slach(te) der hoeve. Was "dat gedeelte van een kade, weg, dijk enz. tot welks onderhoud men verplicht is, en dat naar de hoeven bere­kend wordt" zoals [MNW] definieert en nader verklaard. Maakte bijvoorbeeld als dijcslach   deel uit van een slachte(n)dijk, die vervolgens in zijn geheel zonder meer Slachte kon gaan heten door mettertijd verloren gaan van wat het woord slachte ooit betekende. Heeft als woordherkomst het oorspronkelijk begrenzen van de slachte-vakken door geslagen begrenzingspalen en werd stamwoord voor huidige woorden zoals omslag en aanslag.
Komt als benaming op meerdere plaatsen voor met door zijn marathonlengte als bekendste de van Raard (bij Sneek) naar Oosterbierum (boven Harlingen) kronkelende Slachte(dijk). Kreeg dat verloop als gevolg van met elkaar verbinden van reeds bestaande polderkaaien. Kwam tot stand toen enerzijds de boeren van het westelijk gelegen land voor de waterkering langs de Zuiderzee bleven vasthouden aan de voordelen > van volstaan met (zomer)kaaien en anderzijds die van het oostelijk gelegen land als gevolg van moeren➜ meer en meer wateroverlast kregen. Had niet de huidige primaire betekenis "echte" dijk, maar kreeg die vaak wel toegekend als gevolg van onbekendheid met de betekenisverandering(➜dijk) van het woord dijk.
gorsdijk   Soortgelijke landbouwkundige benaming als grasdijk, wierdijk, woerdic. Bewaart in de naam de van nature in het bedijkte gebeid bestaande (veranderende) hoedanigheid bestaande veranderde
Naam: Toelichting:
aandijk
beemddijk
buitendijk
garstdijk
geersdijk
gorsdijk
gersdijk
goordijk
grasdijk
groedijk
groesdijk
hildijk
moerdijk2 Naast oorspronkelijke betekenis (>moerdijk bij Oerdijk) uitgevoerde moerconcessie,
schorredijk
waarddijk
wierdijk [Wieringen] Wordt als gevolg van interpretatie van het woord dijk als waterkering toegeschreven aan daarin - bij gebrek aan klei op (wadden)eilanden - toepassen van wier. Waarschijnlijker voor wierdijk is dan m.i. vernoeming naar de situering van de toen dijk genoemde polder op Wieringen. De oudste attestatie woerdic vraagt m.i. echter te worden verklaard als bedijking van een stuk woerd (waard, weerd).
overige Mogelijk ook: kwelderdijk, noldijk
groendijk   Als groene deltadijk sinds enkele decennia toegepaste benaming voor de door mijn 'forklaeijersplan' voor ruim 50km Friese deltadijken bewerkstelligde constructiewijze met (veel) minder asfaltbekleding dan voor­geschreven door de deltanormen. Etaleert in zijn naamkeuze het kennelijk toen al zelfs in waterstaatskringen nauwelijks meer weten dat het woord groendijk en zijn varianten groenedijk en groenendijk nog maar enkele eeuwen geleden groenkuil en zomerpolder - ook grasdijk of koedijk genoemd - betekenden (➜akkerdijk). Benadeelt daarmee als benaming op zijn beurt het beter interpreteren van dergelijke woorden in oudere geschriften annex de oudere schrijfwijzen van het woord dijk in het algemeen als polder verklaren, d.w.z. draagt bij aan 'keegloos' (blijven) verklaren van Nederlands waterstaatsverleden. Pleit daarmee voor naamsverandering naar bijv. ecodijk of natuurlijker/grasrijker (delta)dijk.
Honselersdijk   Soortgelijke benaming als kerkdijk, meendijk. Samengesteld vernoemd naar de eigenaar/ ondernemer
Naam: Eigenaar/ondernemer:
Honselersdijk De 'heren van Hunseler en Naaldwijk' >
Meendijk gemeenschap, gemeente, meen
Kerkdijk kerk
alsmede naar dijk i.p.v. polre of polder vanwege de realisering voorafgaand aan het eind 16e eeuw ook in de noordelijke Neder­landen daarvoor overgaan op die al veel eerder in de zuidelijke Nederlanden in gebruik gekomen benaming >. Werd uiteraard zoals de huidige polderbenaming aan het 'nieuwland' i.p.v. de waterkering toegekend, maar wordt inmiddels zelfs door de waterstaathistorici onlogisch andersom gezien. Getuigt daarmee van grootschalige onbekendheid met de oorspronkelijke betekenis van het woord dijk, daardoor bijdragend aan als waterstaat 'keegloos' verklaard kunnen houden van Nederlands waterstaatsverleden.
ka(ai)dijk   Soortgelijke benaming als kaaidijk, somerdijck, winterdijck, waldijk.
Toelichting volgt
. Betreft dijkhoogte vernoemende waterkering- en polderbenamingen. Verdere verklaring volgt
Oerdijk   Soortgelijke benaming als Aldlânsdyk, Goadyk, Gooikersdijk, Nijlânsdyk, Moerdijk. Samengesteld vernoemd naar de locatie
Naam: Korte toelichting:
gadijk Synoniemen: gaanweg, ghawech
Go(a)dyk Noordelijk van Stiens gelegen stukje verharde weg dat m.i. qua hoogte, tracering, aansluiting en naam niets van een waterkering heeft, maar desondanks in de Encyclopedie van Friesland (1958) verklaard wordt als "Oorspronkelijk naam van de op één na oudste Middelzeedijk van Oostergo".
Gooikersdijk Uit "De huidige Gooikersdijk staat in het begin van de 19e eeuw als de 'nieuwe weg naar Deventer' op de kaart en liep vanaf de Bannink via Schalkhaar naar Deventer"
moerdijk1
Na eerdere spellingen (mordic, mordich, mordiic, moerdijc) de jongste Nederlandse schrijfwijze voor de Germaanse benaming van 'het (ge)dane' (huidig Ned. ding), in dit geval uitgevoerd in 'de moer' (het veen). Kon op een daarin 'gedane' (gemaakte) weg duiden zoals bij de Schotse muirdykes, maar werd tijdens de 'Grote Ontginning' > vooral benaming voor het gebied dat - na betaling aan de dijkgraaf - door 'dijckagie' mocht worden vermoerd of al was en kon vervolgens in zo'n tot moerdijk veranderd moer benaming zijn voor een gerealiseerde weg, sloot of waterkering. Krijgt (ook) van vrijwel alle etymologen een zo principieel andere (herkomst)verklaring dat ze daarmee m.i. sterk bijdragen aan als waterstaat 'keegloos' verklaard kunnen houden van Nederlands waterstaatsverleden. Is thans nog plaatsnaam en familienaam, waarbij de nog geen 400 bezitters daarvan > alsmede het geheel ontbreken van variaties op de spelling Moerdijk mager afsteken bij het aantal nazaten van de 17 variaties van de Schotse naam Muirdyke (ook Robert Murdoch).
Oerdijk Weg in Overijssel, vernoemd naar het (karren)vervoer van Sallands ijzeroer naar de in 1756 in Deventer met smelten begonnen hoogovens >
Teersdijk Uit >: "De Teersdijk is een weg met een lange historie. Al in de Romeinse tijd was het een onderdeel van de weg vanuit Noviomagus richting Wijchen. In de middeleeuwen, toen de dijk de naam Teersstraat droeg, vormde de weg een belangrijke schakel in de route van Nijmegen naar 's-Hertogenbosch en Antwerpen." Lijkt derhalve in de eerste regel ten onrechte "pad op een lage dijk" genoemd te krijgen.
Méér: Friesland: Aldlânsdyk, Nijlânsdyk, Langedijk (Oude Leije), Slagtedyk (Stiens, Joure)
Overijssel/Gelderland: Cröddedijk, Nieuwedijk
alsmede naar dijk in de betekenis van – voor betere berijdbaarheid in de natte jaargetijden meestal verhoogd aangelegde – (grotendeels) weg. Krijgt die betekenis in het kustgebied meermalen ten onrechte niet toegekend als gevolg van het daar overheersend interpreteren van de benaming dijk als waterkering, in het bijzonder voor wat de benaming moerdijk betreft. Getuigt daarmee van grootschalige onbekendheid met de betekenisevolutie van het woord dijk, daardoor bijdragend aan als waterstaat 'keegloos' verklaard kunnen houden van Nederlands waterstaatsverleden.
paaldijk   Soortgelijke benaming als asfaltdijk, basaltdijk, groene dijk. Betreft vernoemingen naar een opvallend onderdeel van de (zee)waterkering
Naam:Toelichting:
asfaltdijk
groene dijk
paaldijk
Sloterdijk   Soortgelijke benaming als Kadijk(en), Koedijk, Korendijk, Waldijk. Betreft de afgelopen decennia door bestuurders voor stadswijken en (fusie)gemeenten gekozen vernoemingen naar een vroegere (deel)benaming.
Naam Mijn standpunt betreffende de gegeven naamverklaring:
Andijk plaats bij Medemblik Toont onbekendheid met de betekenisevolutie van het woord dijk
Toont onbekendheid met de betekenissen die het woord dijk in de Middeleeuwen naast waterkering ook nog had gezien het daar geen alternatieve naamverklaringen voor opnemen naast de toegepaste verklaring, d.i. het liggen 'aan de dijk' met daarbij waterkering als dijk-betekenis >(zoek: aandijk) | >. Het weggelaten lidwoord met de verklaring 'door bedijken winnen' in [glos] voor het lemma aandijken, steunen als alternatieve verklaring voor de plaatsnamen Aandijk en Andijk vernoeming naar het liggen in of bij een aandijk genoemde dijk met dat woord nog in de later door polre en polder verwoorde betekenis.
Kadijken stadswijk Amsterdam Toont onbekendheid met de betekenisevolutie van het woord dijk
Hoewel kadijk als benaming veel logischer voor een polder dan voor een water­kering is (➜akkerdijk), kwam dat mettertijd wel voor en het zou ook hier gebeurd kunnen zijn. Dat de tot eind 19e eeuw nog met 'van de' in adresboeken vermelde oudere straatnamen Laagte van de Kadijk en Hoogte van de Kadijk waren, maakt die kans echter al een stuk kleiner. En dat in dezen de benaming Kadijk al in de 15e eeuw begon > | >, d.w.z. ruim een eeuw eerder dan de benaming polder die betekenis eind 16e eeuw in de noordelijke Nederlander van de benaming dijk begon over te nemen, maakt die kans m.i. zelfs nihil.
Koedijk stadswijk Alkmaar Toont onbekendheid met de betekenisevolutie van het woord dijk
Toont onbekendheid met tot de overstap op de benaming polder ook nog die betekenis hebben van de destijdse schrijfwijzen van het woord dijk (➜grasdijk: koedijk). Mist namelijk het toekennen ervan bij de vernoemde, in 1324 als Coedijc beginnende dorpsnaam Koedijk > >
Korendijk gem.fusie Hoekse Waard Verklaart het woord dijk correct als polder
Bewaart in zijn naam dat het gemeentelijk grondgebied begon in de huidige polder 'De oude Korendijk', de jongere benaming voor 'De Coorndijk' (na een grote verandering van de waterkering, bemaling o.d.?). Dat die benaming volgens de gemeentelijke website het begin 15e eeuw bedijkte coornland  betrof >, betekent interpreteren van het woord dijk als het sinds eind 16e eeuw opkomende polre of polder
Sloterdijk stadsdeel A'dam-West Toont onbekendheid met de betekenisevolutie van het woord dijk
Verklaart de vernoemde, halverwege de 15e eeuw als Slooterdyck begin­nende dorpsnaam Sloterdijk ongeloofwaardig door 'onderbouwing' met situering nabij de Slooterdam > Gaat als zodanig voorbij aan het dan door de destijdse schrijfwijzen van dijk (eveneens) nog verwoorden van de betekenis waarvoor pas vanaf ruim een eeuw later het woord polder gebruikelijk wordt. Etaleert daarin onbekendheid met de betekenisevolutie van het woord dijk.
Waldijk stadswijk Uitgeest Toont onbekendheid met de betekenisevolutie van het woord dijk
Door aanleg vóór eind 16e eeuw nog dijk genoemde polder met als zeewaterkering een wal, d.w.z. zoals een stadswal wonen op terreinhoogte mogelijk makend. Krijgt daarin onderbouwing door de althans Middeleeuwse datering en mogelijk bovendien in de bij de wijksaanleg geconsteerde grote kleiwinning van nog ouder datum
Interview HTC 25.05.2005 met archeoloog Van Raaij: "We dachten eerst dat het een sloot was, gevuld met klei. Totdat we zand over de klei heen vonden met daarin Bronstijdsporen", zegt Van Raaij. "Nu denken we dat het een kleilandschap is geweest dat al afgegraven is voor de Bronstijd. Maar het blijft merkwaardig, we hebben ook geen vergelijkingsmateriaal. En het kan bijna ook niet natuurlijk zijn, omdat de banen klei heel recht lopen. Kleiwinning komt wel vaker voor, maar destijds niet zo grootschalig. Het is een raadsel voor ons.''
. Toponiemen: Waldijck, Waldik en Waldeck.
, daardoor de benaming dijk i.p.v. polre of polder toepassend als gevolg van realisering voorafgaand aan het eind 16e eeuw ook in de noordelijke Neder­landen daarvoor overgaan op die al veel eerder in de zuidelijke Nederlanden in gebruik gekomen benaming >. Werd uiteraard zoals bij de huidige polderbenaming aan het 'nieuwland' i.p.v. de waterkering toegekend, maar wordt inmiddels zelfs door de waterstaathistorici onlogisch andersom gezien.
winterdijk   Voldoende hoge waterkering voor kunnen bedrijven van akkerbouw incl. verbouw van wintergewassen. Was als zodanig lager (ca. 1m) dan een 'terploos' wonen mogelijk makende, tot de komst van de poldermolens veelal (stads)wal genoemde waterkering. Was zoveel hoger (ca. 1m) dan een zomerkade (Fri. (simmer)kaai dat de daarbij door vrijwel jaarlijks overlopen in stand gehouden bemesting door opslibbing bij winterdijken nauwelijks nog voorkwam. Deed vooral om die plus enkele bijkomende redenen veel kustboeren NIET al na de komst van de poldermolens met het daardoor kunnen verlagen van de grondwaterstand voor het verbouwen van granen de overstap naar winterdijken maken. Heel wat kustboeren prefereerden tot aan de komst van de kunstmest volstaan met zomerkaden.
zomerdijk   Mettertijd naast de oudere benamingen zomerkade en het nog oudere (zomer)kaai in gebruik gekomen benaming voor de verhoogde zomerstanden buitensluitende c.q. afsluitende (Eng.key, Fri.kaai) zeewaterkering van een zomerpolder, vanouds ook in het Nederlands zoals nog in het Fries keeg (met ablautvarianten kaag en koog) genoemd als verkorte aanduiding van een kæge gebied. Verdere verklaring ➜kaai.