Webstek- / Sitemap
StekStrúner
Ψoordenboekje

  <   §8  
§9
A1 >

Friese vóórdijk geofferd aan Oosterscheldekering kunnen afbouwen

§4 verklaart waarom mijn 'forklaeijersplan' de Ministerraad in 1984 deed besluiten tot het in Ferwerderadeel toepassen van een ca. 1,50m lagere dijk dan bij berekeing volgens de 'deltanormen'. Maar geen politcus zal zich permitteren te besparen op de Nederlandse kustverdediging als de volgens de waterstaters noodzakelijke uitvoeringswijze niet algemeen als overdreven wordt ervaren. Dat wil zeggen dat deze motie bloot legde, dat zijn basering op de (principieel verkeerde) Zeeuws/Hollandse doorbraakverklaring de Nederlandse dijkbouw opvallend doet overdimensioneren.

Bijwerking en aanvulling tot max. 800 woorden paginalengte volgt

Wat op ZONdag 19 februari 1984 nog werd bijgesteld aan een Kabinetsbesluit van twee dagen eerder, doet vrezen dat Nederland vast zit aan tot enkele meters te hoog houden van zijn dijken en dammen. Als bijstelling nog net op tijd om te voorkomen dat de Kamerzitting van de volgende maandagmorgen zou verlopen zoals het Kabinet die vrijdag met de woordvoerders van een Kamermeerderheid was afgesproken, namelijk besluiten tot verlenen van een bedijkingsconcessie zoals door mij voor Ferwerderadeel bepleit. Een na de Kabinetsafwijzing van plan B (volledige deltadijk ter plaatse van de zomerdijken) aangereikte mogelijkheid voor het toch nog bereiken van wat daarmee werd beoogd en dat zelfs met bijkomende voordelen. Een concessie waarbij het voor de bestaande zeedijk realise­ren van de door de deltanormen voorgeschreven overschrijdingskans NIET als gebruikelijk door verhoging zou worden bereikt, maar door verkleining van de golfoploophoogte door een vóórdijk van voldoende formaat. Een dijkverster­kingssysteem met benutting van bij enkel agrarisch gebruikte polders kunnen volstaan met een lagere dijk, maar in Nederland in onbruik geraakt doordat de deltanormen doen uitgaan van doorbreken van de vóórdijk (en zijn onmiddellijke volledige verdwijning) bij het zich gaan voordoen van kruinoverloop. Als concessie beantwoordend aan een politieke behoefte en mede dankzij een ondersteunende brief van het Waterloopkundig Laboratorium kennelijk voldoende sterk overkomend voor het overleven van een door het Centrum Onderzoek Waterkeringen uitgebracht afkrakend rapport en meer van zulk dogmatisch de deltanormen papegaaiend verzet van waterstaatszijde. Maar de waarschuwing dat verlenen van de afgesproken concessie niet langer doet uitgaan van doorbreken zodra kruin­overloop gaat optreden en daardoor ondermeer van alle deltadijken met een gras­bekleed binnenbeloop alvast bijna 1,50m te hoog zijn doet erkennen, bleek het Kabinet als in oorlogstijd op zondag te kunnen doen besluiten tot het veranderen van de dijkhoogte voor een enkel agrarisch te gebruiken polder (verslag Kamerzitting  ).

Overigens onbegrijpelijk dat de Friese bestuurders zich daar blij mee toonden omdat alsnog besluiten tot wat het rijk reeds had afgewezen naar vernietiging door de Raad van State solliciteerde. Met als gevolg dat ter plaatse van de zomerdijken geen hogere dijk dan de bestaande zeedijk kwam, dat de oude Middelzeedijk toch nog "ferrinnewearre" werd tot deltadijk en dat de Zeeuws/ Hollandse doorbraakverklaring de Nederlandse dijken tot enkele meters te hoog deed blijven berekenen.