logo
seewarring
Webstek-/Sitemap
StekStrúner
Ψoordenboekje

◀§1
§2
800-1200
+ <1600
————
DIC
DICH
DICK
DIEC
DIEK
DIG
DIIC
DIICH
DIJC
DIJCH
DIJCK
DIJK
DIK
DIKE
DYC
DYCK
DYK
DYKE
§3▶

Millennia op terpen wonen voor met kaai(dijk)en kunnen volstaan

De Oosterscheldekering is toch afgebouwd. Daardoor kunt u ook in Ferwerderadeel nog tot de opkomst van de kunstmest een eeuw geleden door aangrezende boeren buitendijks opgeworpen kaaien  (kadijken, zomerkaden) zien. Hoog genoeg voor (door greppelen ontzilte) kweldergrond ontzilt houden door met zeewater overlopen te voorkomen tijdens het zomerhalfjaar, preciezer gezegd als het 'bekaaide land' door indroging absorberend kon zijn. Maar initieel
Ook keegboeren gingen kunstmest strooien en dan belang toekennen aan de ka(dijk)en met slatgrond ophogen. De kaaihoogte lijkt me oorspronkelijk beperkt te zijn gehouden tot vrijwel overlopen en dat onder toepassing van herstelwerk in het voorjaar accepterende taludhellingen. Mijn etymologische verklaring van het middeleeuws als grabbelen  (Eng. to grab 'grijpen') wijst op aanvankelijk voor de grondverplaatsing hebben benut dat klei bij indroging in op basaltblokken lijkende brokken scheurt, waarbij Kiliaans woordenboek (1599) doet denken dat zelfs toen nog letterlijk en figuurlijk handiger dan door toepassing van gereedschap werd gevonden. Overigens was het daardoor ook al voorafgaande aan de ±2600 jaar geleden in die regio begonnen IJzertijd mogelijk zeekeringen (en terpen) te maken.
daarbij nog laag genoeg om door voldoende overlopen met tijdens stormen slibrijk zeewater dat 'kæige land′ (keeg, koog, kaag) vruchtbaar te houden, daardoor de gras-/gewasopbrengsten langs de Fries/ Friesische kust ±2500 jaar veel groter houdend dan op het vaak snel uitgeputte 'oude land'. Voor daar wonen werden de boerderijen op 'heechhiemen' (verhoogde erven) gebouwd tot binnendijks van een dichtbij gelegen 'voljaarlijkse' zeekering mogelijk werd. Waarom op wierden  en Warften  (koepelnaam terpen ) wonen dan niet verklaren als de zeekeringen millennia laag willen houden?
Als archeologen op vondsten dateren betekende tot 1998 terpen ±1600 jaar eerder dan dijkjes maken begonnen zien. Gevolg was veronderstellen dat 'terploos wonen faciliterende zeekeringen' maken nog niet mogelijk was tot van nevenstaande attestaties de oudste DIC,DICH,DIIC,DIK in toponiemen en teksten verschenen. Om hun minachtende
Geen terpenartikel of -expositie of die verklaring wordt 'onderbouwd' door het volgende (deels) uit een Romeins reis­verslag te citeren, hoewel het een bezoek bij niet-boeren (rood gemarkeerd) en heel ergens anders betreft:
"We hebben besproken dat er in ieder geval in het oosten verschillende volkeren langs de kust van de oceaan wonen die het zonder bomen en struiken moeten stellen. Maar ook in het noorden hebben wij zulke volkeren gezien, te weten de Chauken, die men onderverdeelt in de Grote en Kleine Chauken. Twee keer per etmaal komt de oceaan daar met geweldige watermassa's over een onmetelijke afstand opzetten en bedekt eeuwig door de natuur omstreden gebied waarvan het onduidelijk is of het bij het vasteland hoort of deel uitmaakt van de zee. Daar bewoont dat arme volk hoge terpen of dammen die ze eigenhandig hebben opgeworpen tot de hoogste waterstand die ze hebben meegemaakt. Met hun hutten die ze er op hebben gebouwd lijken ze wel zeelieden wanneer water het omringende land bedekt maar schipbreukelingen wanneer het water zich heeft teruggetrokken. En ze jagen rondom hun hutten op vissen die met de zee mee vluchten. Ze kunnen geen vee houden en zich zoals naburige volkeren met melk voeden en omdat er in de wijde omtrek geen struikgewas groeit is het ze ten enenmale onmogelijk met wilde dieren te vechten. Van riet en moerasbies vlechten ze touw om visnetten van te knopen. Met de hand verzamelen ze slijk dat ze meer door de wind dan door de zon laten drogen en met deze turf verwarmen ze hun voedsel en hun door de noordenwind verkleumde lichamen. Ze drinken uitsluitend regenwater, dat ze in kuilen bij de ingang van hun huis bewaren. En deze volkeren spreken van slavernij als ze vandaag de dag door het Romeinse volk overwonnen worden! Zo gaat het inder­daad: het lot laat veel mensen in leven om ze te straffen."
aanname vervolgens wijdverbreid ondersteund te zien na als taalkundigen het lemma dijk  in het Oudnederlands en beide Middel­nederlandse woordenboeken ▶ ✖ met die betekenis gaan verklaren en daarmee als een in ons taalgebied daarvoor ingevoerde benaming. Volgens mij vooral een gevolg van terugschrikken voor nevenstaande 18 middeleeuwse schrijfvormen van Ned. dijk  en Fry. dyk  principieel andere betekenissen toekennen dan de twee vakgebieden die doen denken en beweren zich op feiten te baseren. Want de archeologen zagen hun hypothese tevens 'onderbouwd' door wat waterstaters volgens de deltanorm  van dijken met een grasbeklede binnenkant verkondigen.

Dus als waterstaters en taalkundigen falen doet de archeologen hun hypothese onderbouwd zien. In hun publicaties onbekendheid tonen met kwelders reeds door kegen (zomerpolders) maken hebben kunnen ontzilten zal daaraan hebben bijgedragen. Met als gevolg te weinig betekenis toekennen aan sinds 1998 door nauwkeuriger bekijken van (steile) zijkanten van deels afgegraven terpen daar onderin de contouren van voorafgaand aangelegde dijkjes ontwaren ▶ ✖ . Dat inmiddels bij tot 2200 jaar oude terpen constateren zien ze onvoldoende onder­bouwend voor dat ook veronderstellen voor de tot 500 jaar oudere eerste terpen en daarmee hun hypothese verlaten door bovengenoemd tijdverschil volledig toe te schrijven aan bij archeologisch op vondsten dateren het verschil in vergankelijkheid tussen terpen en dijkjes negeren. Maar bij de oudste terpen zal dat nooit kunnen worden vastgesteld omdat ze door bebouwing van hun flanken voor afgraven bespaard bleven en daardoor geen steilkanten vertonen.

Daarmee een verklaring die de benaming dijk een betekenis toekent die niet eerder dan zo'n vijf eeuwen later arcehologisch buiten de stadswallen werd aangetroffen. Bovendien een verklaring die de volgende feiten onbeantwoord laat:

Aanvulling volgt tot totaal max. 800 woorden