Webstek- / Sitemap
StekStrúner
Ψoordenboekje

  <   §2  
§3
800-1200
+ <1600
—————
DIC
DICH
DICK
DIEC
DIEK
DIG
DIIC
DIICH
DIJC
DIJCH
DIJCK
DIJK
DIJX
DIK
DIKE
DYC
DYCK
DYK
DYKE
§4 >

Als taalkundigen een monsterverbond in stand houden

Tot enkele eeuwen geleden was het Latijn de schrijftaal in ons taalgebied. Met als gevolg daar woorden aan ontleend zien die door de middeleeuwse (klooster)schrijvers vanuit hun streektaal waren verlatiniseerd plus woorden die de Romeinen van andere talen zoals het Germaans ove­rnamen. Want de in heemtaal geschreven verwoording van een betekenis volgt (eeuwen) na zijn Latijn geschreven attestatie. Dat doet mij denken dat de rond de Noordzee gesproken talen veel meer Noordzeegermaanse (Anglo-Frisian) woorden overnamen dan de toegekende. En daarvan uitgaande dat bij het Fries en voorheen Diets en zelfs Duits genoemde Nederlands ook gebeurde wat het Duits wel krijgt toegekend. Dat laatste etaleert het Indogermanisches Wörterbuch in een one-liner door de drie 'ablautvarianten' hDEĪGw, hDOĪGw, hDĪGw met 'stechen, stecken' verklaren. Als uitspraakverzachting dan m.i. zeker voor woordontlening aan een zeemanstaal te verwachten.

Daar oog voor tonen, zou de taalkundigen in nevenstaande 19 middeleeuwse schrijfwijzen het stamwoord hebben doen zien van de door klankverschuiving van D- naar ST- Fry. ferSTEKke (ouder Ned. verSTEKen) geworden benaming voor grond e.d. verplaatsen (verzetten). Dat de betekenis van daarmee samengestelde woorden zoals dijkdelf, dijkwal, dijkland  bij 'volstaan met een half woord noemen' overging op de daardoor zelfstandig woord wordende aanvankelijke woordcomponent, zou dan hun verklaring zijn geworden voor tot tegenovergestelde betekenissen krijgen. En zou bij opneming in het Oudnederlands en beide Middelnederlandse woordenboeken het lemma dijk principieel andere betekenissen hebben doen toekennen dan de archeologen en waterstaters daarvoor overeen waren gekomen, d.w.z. het woord dijk ingevoerd zien voor de dat woord thans toegekende hoofdbetekenis.

Afsluitende alinea volgt

Deze paragraaf aanvullend onderbouwende bijlagen  
>   Kiliaans verklaringen (1599) van dijck, Dijck, dijcken, dijcker
>   Door de 'historische' woordenboeken voor nevenstaande attestaties gegeven verklaringen
>   De door de etymologische woordenboeken voor DIJK beredeneerde herkomstverklaringen
>   Fry. dogge  en digen  (nog) toegepast voor Ned. doen  in de betekenis van werken
>   De Middeleeuwse uitspraak van destijdse attestaties zoals dag, dig, diec
>   De anderstalig aan cognaten van DIJK toegekende herkomstverklaringen
>   Geraadpleegde woordenboeken e.d. met hun verwijs-afkortingen
>   Verschijnjaar attestaties betreffende (zee)water keren