Webstek- / Sitemap
StekStrúner
Ψoordenboekje

  <   §2  
§3
800-1200
+ <1600
—————
DIC
DICH
DICK
DIEC
DIEK
DIG
DIIC
DIICH
DIJC
DIJCH
DIJCK
DIJK
DIJX
DIK
DIKE
DYC
DYCK
DYK
DYKE
§4  

Een waterstaatkundig monsterverbond, vooral door taalkundig falen

Het 'Indogermanisches Wörterbuch' verklaart dhēigw, dhōigw, dhīgw met 'stechen, stecken'> ('to dig, stick' in de Amerikaanse bewerking>). Dat versterkte de met name door Eng. dig 'graven(ww.), steek(zn.)' bij mij opgeroepen gedachte dat de voor die betekenissen aan die kant van de Noordzee D- beginnend behouden uitspraak dezerzijds middeleeuws met nevenstaande 19 des­tijdse schrijfwijzen nog idem werd verwoord, d.w.z. alvorens van D– (en Dh) naar ST- 'anlautend' verschuiven. Sindsdien ging ik vooronderstellen dat door en met STEKEN 'met stek maken, graven' gemaakte objecten destijds benamingen zoals DICDELF, DICWAL, DICWEGH, DICLANT kregen om als WAL e.d. door mensen gemaakt zijn te duiden ter onderscheiding van reeds van nature bestaande terreinverhogingen. En dat de betekenis van zulke composieten bij 'volstaan met een half woord noemen' op de aanvankelijke werkwoordcomponent kon overgaan.

Aanvullend vooral onderbouwd door dentaal
Die door Wikipedia verklaarde benaming > toont zich daarin voorbeeldig door zoals Lat. dente, Fra. dent, Ita. dente, Spa. diente, Port. dente  D-beginnend uitspreken van wat zoals Ned. tand, Fry. tosk, Eng. tooth, Dan. tand, Swe. tand, Nor. tann  T-beginnend gebeurt. Daarnaast laten Dui. Zahn, Pol. ząb, Tsj. zub, Slo. zob, Kro. zub  en de Groninger Martinitoren nog horen hoe de aan­vankelijk geaspireerde beginklank hD (idem Dh) beter zou zijn behouden.
aan de Germaanse klankverschuivingen bij te dragen. Want uitgaande van vernoeming naar steken betreffende betekenissen, resulteerde voor honderden Nederlandse en Friese D- beginnende woorden in betere etymologische verklaringen dan de bestaande kunnen tonen
  hDI:C–1  >  Anders dan grond, turf e.d. verplaatsen (Fry. FERSTEKKE) betreffend
  hDI:C–2  >  Grond, turf e.d. verplaatsen (Fry. FERSTEKKE) betreffend
  hDI:C–3  >  Composieten met nevenstaande woorden anders dan als beginnend woordlid
  hDI:C–4  >  Lemma's met D-deletie als gevolg van zo'n beginklank voor lidwoord aanhoren
. Bovendien droeg Kiliaans woordenboek Nederlands-Latijn (1599) sterk bij met zijn verklaringen voor dijck, Dijck, dijcken, dijcker > . Plus Halbertsma's woordenboek Fries-Latijn (1869) met die voor diker  en de cultuurgrond (bewerkte, gecultiveerde grond) betreffende betekenissen dyk-dollen, dyk-eide, opdykje >. Maar voorbijgaan aan die in het Latijn gestelde verklaringen betekende minder betekenissen aan Ned. dijk  en Fry. dyk  gaan toekennen dan ze voorheen hadden. Daardoor geen behoefte hebben aan door volstaan met een half woord noemen ontstaan van meer betekenissen dan alleen tegengestelde kunnen verklaren, leidde tot als taalkundigen met een daarvoor toereikende metonymische verklaring komen.

Maar hoewel ook bij de andere West- en de Noordgermaanse talen voor metonymisch verklaren werd gekozen, zie ik me door hun taalkundigen gesteund in de voor ons taalgebied gekozen volg­orde een tweede misser noemen >. Dat door het lemma dijk  in het Oud­nederlands Woorden­boek te verklaren als "Dijk, kunstmatig aangelegde waterkering", d.w.z. met een ophogende betekenis beginnend in plaats van dat met boerenverstand als de metonymisch ontstane betekenis te verklaren. Bovendien wordt de daarvoor gekozen verlagende betekenis zelfs nog niet voor een deel van het door dat woordenboek omvattende tijdvak 500-1200 toegekend. Aldus zien de arche­ologen en waterstaters zich ondersteund in de oudste attestaties van neven­staande woorden als 'terploos wonen mogelijk makende zeekering' te verklaren en daarmee taal­kundige onderbouwing voor op terpen wonen anders te verklaren dan als millennia met vaak en tot veel overlopende kaai(dijk)en willen volstaan.

Deze paragraaf aanvullend onderbouwende bijlagen:
>   De Middeleeuwse uitspraak van destijdse attestaties zoals dag, dig, diec
>   Door de 'historische' woordenboeken voor nevenstaande attestaties gegeven verklaringen
>   Door de etymologische woordenboeken voor DIJK vermelde herkomstverklaringen
>   Etymologische verklaringen voor anderstalige cognaten van DIJK
>   Grond verplaatsen betreffende benamingen met van D- naar ST- verschuivende beginklank
>   Fry. dogge  en digen  (nog) toegepast voor Ned. doen  in de betekenis van werken
>   Geraadpleegde woordenboeken e.d. met hun verwijs-afkortingen
>   Verschijnjaar attestaties betreffende (zee)water keren