Webstek- / Sitemap
StekStrúner
Ψoordenboekje

  <   §5  
A1
—————
koepelnaam
terp
uart
uert
war
ward
warf
warft
warp
warring
wart
weer
wer
werd
werp
wert
wierd
wierde
wiering
worp
wurt
A 2 >

Huidige (deltanorm-ondersteunende) terpverklaringen

Uitgangspunt voor de Nederlandse kustverdediging werd voor dijken met een grasbeklede binnenkant, ongeacht hun helling, uitgaan van doorbreken bij gaan overlopen. Daardoor verdween wonen op terpen verklaren als een keuze voor de vier voordelen > van volstaan met niet meer zeewater keren dan nodig voor het ontzilten van kwelders.
JAARCITAAT
hedenBezoekerscentrum terp Hegebeintum > Terpen zijn door mensenhanden opgeworpen heuvels die bescherming moesten bieden tegen het opkomende zeewater. Ze werden regelmatig opgehoogd met klei, mest en huishoudelijk afval. De meeste terpen hebben hierdoor een hoogte bereikt van 2-7 m boven NAP. De terp van Hegebeintum spant de kroon met bijna 9 m boven de zeespiegel. Omstreeks het jaar 1000 is het aanleggen van de zeedijken begonnen en verloren de terpen geleidelijk hun betekenis als vluchtplaats voor het wassende water.
hedenMuseum Wierdenland Ezinge > (500 voor Christus tot begin van de jaartelling) De bewoners bouwden samen heuvels van zoden en klei om hun erf en huis te beschermen tegen overstromingen. Deze woonheuvels worden in Groningen wierde of wart en in Friesland terp genoemd.
hedenDIGISCHOOL.NL/AK/ONDERBOUW-VMBO Door mensen opgeworpen heuvel. Soms werd hier een boerderij gebowud, soms een dorpje. Het doel van de terpen (of wierden): bescherming tegen hoog water in laag Nederland.
hedenNL.WIKIPEDIA.ORG Terp is een Fries woord waarmee in Nederland kunstmatige heuvels worden aangeduid, die werden opgeworpen om bij hoogwater een droge plek te hebben. Deze vluchtheuvels veranderden vaak in woonheuvels, waarop soms complete dorpen werden gebouwd.
hedenENCYCLO.NL/LOKAAL Kunstmatig, voortdurend opgehoogde heuvel om droge voeten voor mens en dier te houden voor steeds rijzende zeespiegel in onze zeekleigebieden.
heden[http://industriespoor.nl/Terpafgravingen.htm] Totdat er dijken werden aangelegd beschermden de bewoners van het noorden van ons land zich tegen het water door hun dorpen te bouwen op een kunstmatige verhoging, een zogenaamde terp of wierde. . . .
2018SCHADUWKUST (Ineke Noordhoff) "HET WATER IN DE POLDER": Toen bouwden de mensen — waarschijnlijk voor het eerst — zeedijken. Dat was een geweldige verbetering want achter die dijk waren niet alleen de huizen beschermd tegen zeewater, ook de akkers bleven gevrijwaard van zout water.
2018WADDENACADEMIE.NL (Hans Revier) "ALS DE DIJKEN WIJKEN…": Na de laatste ijstijd bewoonden de mensen in het waddengebied, dat uit uitgestrekte kwelders en veenmoerassen bestond, kwelderwallen en wierpen terpen op om aan periodes met hoog water het hoofd te bieden. Vanaf ongeveer het jaar 1000 beschikte men over de technische kennis en middelen om dijken aan te leggen en het ingepolderde land te ontwateren.
2016 FRIESLANDS VERLEDEN (dr.3; red. D.Kooistra, E.Betten, P.A. de Vries); TERPEN OP KLEI (§3; Douwe Kootstra): Om zich te beschermen tegen het gevaar van de zee wierpen ze woonheuvels op: terpen.
2016NIEUWE ENCYCLOPEDIE VAN FRYSLÂN (Red. o.a. P.H. Breuker, K.F.Gildemacher, G.J. de Langen) Een door mensen opgeworpen woonheuvel in het gebied dat onder invloed der zee stond en waar, voordat er dijken waren die het land goed konden beschermen, vaak overstromingen waren. Bewoning van het gebied werd mogelijk door ophoging van de woonplaats.
2015VAN DALE GROOT WOORDENBOEK NEDERLANDS (dr.15): terp Kunstmatig opgeworpen, meestal ronde of ovale woonheuvel in een gebied zonder dijken waar vaak overstromingen zijn.
2015TERPEN IN FRIESLAND (Kerst Huisman) De alleroudste woonplaatsen op de klei ontstonden in Westergo, in de streek van Wommels en Tzum. Dat waren geen terpen, weten we nu. De mensen woonden in zogenoemde vlaknederzettingen, niet op verhogingen, maar op het maaiveld. Men zal zeker niet zo onverstandig zijn geweest om een onderkomen te bouwen in een gebied dat kon worden overstroomd. Verstandig omgaan met water konden de mensen in de Lage Landen al vele eeuwen voor het ontstaan van de eerste Friese terpen. Er zijn hele oude sporen gevonden van dijken in de buurt van Vlaardingen, en ook eeuwen voor de eerste bewoning van Westergo waren er al door mensen opgeworpen woonheuvels in wat nu West-Friesland in Noord-Holland heet. Het is niet uitgesloten dat de bewoners van die terpen uiteindelijk naar Friesland zijn getrokken. Uit deze constateringen moet welhaast volgen dat de oudste nederzettingen in Westergo zo hoog lagen dat ze geen gevaar liepen te overstromen, hoewel er ook al sporen van kleine poldertjes bij de terpen van voor het begin van de jaartelling zijn aangetroffen. Men denkt bij de terpbewoning in de eerste plaats aan de wat hoger liggende kwelderwallen. Omdat de bodem sindsdien langzaam maar zeker is gedaald, is er nu van die kwelderwallen bij Wommels niks meer te zien. Ze zijn uiteindelijk onder nieuwe lagen klei verdwenen. Maar ze waren er ooit wel, en hun situering is bij benadering op te sporen aan de hand van de ligging van de alleroudste nederzettingen.
    Het hierboven beschreven proces van zeespiegelrijzing en bodemdaling ging door. Weldra ging men niet zomaar op de klei wonen, maar zorgde men eerst voor een verhoging, waarop de boerderij werd gebouwd. In de zomer viel het nog wel mee met de wateroverlast, maar in herfst en winter kon de zee wel degelijk over het land stromen. Bij opgravingswerk zijn aanwijzingen gevonden dat zo'n verhoging niet simpelweg alleen opgebouwd werd met plaggen, maar dat er met plaggen ook een soort poldertjes werd aangelegd. Zeewater dat daar doorheen werd geleid, vulde zulke bekkens met klei. Deze met hulp van de zee gevormde kleiheuvels werden vervolgens aan de bovenkant afgedekt met plaggen, waarop woning werden gebouwd. In latere stadia werden deze terpen dan weer opgehoogd met mest, afval en wat er overbleef van bijvoorbeeld een oud huis dat door een nieuwe woning werd vervangen. Ongetwijfeld heeft men ook wel in de naaste omgeving klei gegraven en op de terp gebracht. Dit kan op grote schaal zijn gebeurd.
2011DE KANON FAN DE SKIEDNIS FAN FRYSLÂN (eindred. G.Jensma, dr.2) FRYSLÂN YN DE TEPETIID. By stoarmen en springfloed strûpte it fruchtbere, ûnbedike lân by de Noardseekust derûnder. It wiete kwelderlân wie tige gaadlik foar greidbuorkerij, mar as wenstee foldie it minder goed. Dêrom begûnen fan sawat 500 foar Kristus ôf de minsken, dy't dêr fan 600 foar Kristus ôf earst allinne noch mar yn de simmer taholden, fan seadden en dong terpen op te smiten, ferhegings, dêr't yn de yn de rin fan de tiid huzen en folsleine doarpen op boud waarden. Oant sawat 1000 nei Kristus, doe't der hieltiten mear diken om de kwelders hinne lein waarden, soene dy terpen yn gebrûk bliuwe en ek hieltiten fierder ophege wurde.
2009BOSATLAS VAN FRYSLÂN (H.T.Waterbolk) Vanaf ca. 400 voor Christus leidde de combinatie van een rijzende zeespiegel en een dalende bodem in de kwelder- en veengebieden langs de zuidelijke kusten van de Noordzee tot steeds meer overstromingen. De bewoners van de kuststrook van de Lage Landen, die in een bepaalde periode van de geschiedenis als 'Friezen' werden geïdentificeerd, reageerden hierop op een creatieve wijze. In plaats van weg te trekken, wierpen ze van mest en zoden heuvels op waarop ze zichzelf en hun vee bij hoogwater in veiligheid konden brengen. Deze vluchten later woonheuvels verrezen met name op de stabiele ondergrond van kwelderruggen. Ze werden hét kenmerk van het Friese landschap. In Westerlauwers Friesland noemde men ze terpen, elders waren andere termen in omloop.
    De periode van terpenbouw omspant een periode van meer dan anderhalf millennium, ruwweg van 600 voor Christus tot 1200 na Christus. Eenmaal bestaande terpen werden in de loop der tijd telkens vergroot en opgehoogd, waarbij 'huisterpen' met één of meer boerderijen samensmolten tot volledige terpdorpen. Met name de oudere terpen worden gekenmerkt door een radiaal verkavelingspatroon. De oudste (ca. 600 v. Chr.) en hoogste (8,8 m) onder de nog bestaande Nederlandse terpen is de terp van Hegebeintum in Oostergo, de grootste (24 ha) die van Ezinge in de provincie Groningen.
    Dankzij de bescherming die de terpen hun boden tegen de grillen van de zee, waren de Friezen van oudsher meer 'honkvast' dan de meeste van hun Germaanse volksgenoten. Met name Oostergo en Westergo behoorden tijdens de volle middeleeuwen tot de dichtstbevolkte gebieden van Noordwest-Europa.
    De aanleg van zeedijken nam vanaf de 12e eeuw een grote vlucht. Op termijn werden terpen hierdoor overbodig, al bewezen ze tijdens stormvloedrampen toch telkens weer hun nut.
2009WONEN OP DE WADDEN, 1500 JAAR BOERDERIJBOUW OP ONBEDIJKTE KWELDERS (H.T.Waterbolk) Nederlanders wonen en werken nu ongeveer duizend jaar veilig achter de dijken. Aan die duizend jaar gaat een periode van vijftien eeuwen vooraf, waarin onze voorouders akkerbouw en veeteelt bedreven op regelmatig overstromende en daardoor boomloze kwelders.
2009KLOOSTERS IN FRIESLAND, een inleiding (Erik Betten) Landbouwkloosters (p.90): Wat verder opvalt, is dat de opkomende orden, de cisterciënzers en de premonstatenzers, met in totaal veertien kloosters zeer prominent vertegenwoordigd waren in de eerste eeuw van de Friese kloosterstichtingen. Deze ‘landbouwkloosters’ verwierven bovendien de grootste hoeveelheden landbouwgrond . . . . Het Friese kustgebied paste in de ideeën van deze twee nieuwe orden: het had in zekere zin nog het karakter van een woestenij: onontgonnen gebied dat de kloosterlingen in cultuur konden brengen.
2008 TERPEN EN TERPNAMEN (K.F.Gildemacher)
    Ook het aanleggen van beperkte drainagesystemen met duikers en het aanleggen van kleine dijkjes om de aanslibbing te bevorederen kunnen tot het modificatiestadium worden gerekend. Mogelijk zijn die vormen van waterloopkundig managemant van de Romeinen overgenomen. De bouw van echte dijken in Fryslân, om met wat geluk gedurende de zomer het zoute water te kunnen keren, dateert men in Fryslân rond of kort na het jaar 1000 (Rienks, 1984). Het is kenmerkend voor de overgang naar een stadium dat transformatie wordt genoemd (Rippon, 2000) en waarbij de mens het landschap ingrijpend verandert.
    De eerste bewoners vestigden zich bij voorkeur op de wat hogere ruggen en oeverwallen langs geulen en slenken. Om nog iets hoger en dus droger te kunnen wonen legde men dikwijls van zoden eerst een soort platform aan om daarop een huis te bouwen. Van belang was ook een drinkkuil, waarvan de rand iets was opgehoogd om te voorkomen dat het water erin zou verzilten. Als na verloop van tijd de plaggenwanden en de houten gebinten van het gebouw het begaven, bouwde men op de restanten, met nieuwe kwelderzoden afgevlakt, een nieuwe boerderij. Het begin van wat later een terp genoemd zou worden was ontstaan. Gezien vanuit een modelmatig perspectief van de occupatiegeschiedenis toont het bouwen van terpen aan dat het zogenoemde stadium van de exploitatie van het landschap was overgegaan in het stadium van de modificatie van het leefgebied van de mens. Ook het aanleggen van beperkte drainagesystemen met duikers en het aanleggen van kleine dijkjes om de aanslibbing te bevorderen kunnen nog tot het modificatiestadium worden gerekend. Mogelijk zijn die vormen van waterloopkundig management van de Romeinen overgenomen. De bouw van echte dijken in Fryslân, om met wat geluk gedurende de zomer het zoute water te kunnen keren, dateert men in Fryslân rond of kort na het jaar 1000.
    De Friese zeventiende-eeuwse historici waren zich ervan bewust dat de mensen hier op kunstmatige heuvels woonden voordat de dijken voldoende bescherming boden tegen de overstromingen door de zee. Die primaire kennis was waarschijnlijk deels gebaseerd op genoemde antieke bron. Verder zullen deze schrijvers "feiten" vrij hebben geïnterpreteerd en gefantaseerd. Winsemius (1622) vermeldt dat Aldgillis, de volgens hem vijfde koning van de Friezen, als grondlegger van het bouwen van terpen moet worden beschouwd. Hij beschrijft de vorm van de verhogingen langs de kust als "kleine heuvels, die we tegenwoordig terpen noemen". Picardt gebruikte het woord terp ook in 1660. Hij maakte de opmerking dat het woord verwant is aan Nederlands dorp, Duits dorf, 'dorp'. Iets gedetailleerder zijn de achttiende-eeuwse bronnen. Knoop (1763, 7-9 en 12) haalt Plinius ook aan en vermeldde dat in de Romeinse tijd het gebied alleen bewoonbaar was op door de bewoners zelf opgeworpen hoogten of terpen.
    De grootte en de hoogte van de terpen ten opzichte van de (stijgende) zeespiegel zijn moeilijk exact te bepalen. Alle terpen en terprestanten zijn in de loop der tijd in toenemende mate ingeklonken door voortdurende verlagingen van de oppervlakte- en de grondwaterspiegel als gevolg van landbouwactiviteiten.
2006 DE TERPEN FAN ‘DE TERPEN' (S.J.v.d.Molen): Wat is in terp? Dat is, om it mei in wurdmennich te sizzen: in hichte om op te wenjen, dy't mei opsetsin opsmiten is om it hege seewetter benammen winterdei bûten de doar te hâlden. De archeologen stelle har foar, dat eltse boer earst in terpke makke foar syn eigen wnte: in meter heech en langwizich fan foarm. Mar hja smieten dy pôlen net yn it wylde wei op, mar yn in rûnte of heale rûnte, mei in iepen plak yn it midden. Meidat de see hieltiten hegerop kaam, moasten dy hûsterpen ek heger en dêrtroch waarden hja ek grutter. Op it lêst besloegen se safolle romte, dat fan ien terp kamen twa of trije oaninoar. Dêrmei wiene dy terpboeren al in ein de kant op rekke fan de terp mei it uterlik lykas wy dat kennen: in grutte rûne of ovaalske foarm mei stadich delrinnende siden.
2006 WURDBOEK FAN DE FRYSKE TAAL, dl.22.  terp, door mensenhand opgeworpen heuvel in oorspronkelijk dijkloos land.
2000 OP HOOG NIVEAU, WANDELEN OP FRIESE ZEE- EN BINNENDIJKEN (B.Boersma) FRIESLAND, LAND VAN TERPEN EN DIJKEN: Een brede kuststreek van Friesland is bekend om zijn terpen. Het zijn de met primitieve middelen opgeworpen woonheuvels van de meeste dorpen en ook van veel boerderijen. De terpen zijn de vroegste sporen van zeedefensie, vluchtheuvels voor mens en dier om zich te beschermen tegen de al te agressieve zee. De terpen zijn opgeworpen vanaf de vijfdse eeuw voor Chriistus, toen de bewoners van de vruchtbare kuststreek door het stijgen van de zeespiegel in het anuw werden gedreven
1993 DE WERELD VAN HET FRIESE LANDSCHAP (M.Schroor) De aanleg van terpen werd overbodig met de komst van een systematisch doorlopende bedijking. Toch zullen de plaatselijk lage dijken de bewoners hebben genoodzaakt hun terpen voor de zekerheid op peil te houden.
1984 DEGOUDEN HOEP (D.Wiersma) DE FRIEZEN AS FÊSTE BEWENNERS: Dy fêste bewenners kinne wy Friezen neame. Earst wennen se aardich droech. Mar de see kaam hieltiten oer it lân hinne. Doe smieten de Friezen hichten op om by heech wetter droech te wenjen. Dy hichten neame wy terpen. Op dy terpen bouden de Friezen harren huzen fan hout en strie.
1977 DENEMARKEN ‘N FIJN LAND, reishandboek (H.J. Schultz, dr.2) Ten zuiden van Højer karakteristiek landschap met boerderijen die zijn gebouwd op verhogingen in het terrein teneinde bescherming te bieden bij overstromingen en stormvloed.
1975LAND VAN TERPEN EN DIJKEN (dr.2)(J.A. Niemeijer)
    In een van de hoeven gaan de mannen bij elkaar zitten. Een van de ruiters neemt het woord. Hij zegt: 'We hebben er genoeg van. We dachten dat we hier veilig waren voor het water. Maar helaas, het is niet waar. We hebben de laatste jaren al een hoop vee verspeeld, om over het verlies aan oogsten maar te zwijgen. Bij u zal het wel niet beter zijn. In ons dorp hebben we avonden lang gepraat om een oplossing te vinden. En we zijn tot de conclusie gekomen dat we ons land moeten beschermen door een kering, een flinke aarden wal. We zouden een dijk moeten aanleggen tussen uw en ons dorp. Het land erachter blijft dan droog en onze koeien, paarden en schapen kan weinig meer gebeuren. En we zouden misschien zelfs onze akkers belangrijk kunnen uitbreiden. Het maken van een waterkering is een heel karwei, we weten het. Maar zouden we niet kunnen samenwerken? Hoe denkt u daarover?'
    De ruiter zwijgt. Hij kijkt de kring rond. Even blijft het stil. Dan neemt een van de oudsten het woord en zegt: 'Uw voorstel overrompelt ons wat. Maar ik kan u wel verzekeren dat uw plan ons goed in de oren klinkt. We willen natuurlijk ook maar al te graag de verraderlijke zee aan banden leggen. We zullen uw voorstel samen bespreken'. Niet lang daarna staken de mannen van de twee woonheuvels de handen uit de mouwen. Dagenlang, wekenlang zwoegden zij in het wijde kwelderland. De zon brandde op hun hoofden, de regen doorweekte hun kleren. Maar zij werkten door en zo ontstond langzamerhand een kleine aarden wal.
    Vanuit de wijde omgeving kwam men kijken hoe de aanleg van de dijk vorderde. 'Dat is een mooie oplossing', zeiden nieuwsgierige kijkers. 'Waarom doen wij zoiets ook niet! Kom op, we gaan aan de slag'. Zo werden op meer plaatsen in het terpenland dijkjes opgeworpen. Eerst legde men alleen waterkeringen aan tussen twee terpen en dijkte men kleine, heel beperkte gebieden in. Het zeewater kon toen nog ver het land binnenstromen. Toen men zag dat de resultaten gunstig waren, ging men geleidelijk aan meer land inpolderen. Op den duur legde men zelfs grotere dijken aan langs de hele kust, zodat de landerijen steeds minder door het steeds hoger komende zeewater konden worden overstroomd.
1975 GROTE WINKLER PRINS (dr.7) Kunstmatige woonheuvel opgeworpen in kweldergebieden die periodiek door zee- of rivierwater werden overstroomd. Terpen zijn gebouwd van de 6e eeuw v.C. tot in de 12e eeuw n.C.; na ca. 1000 zijn zij door dijkaanleg allengs overbodig geworden.
1969 TERPEN (prof.dr. W.van Es) Een terp is een kunstmatige, opzettelijk tegen de bedreiging van het water opgeworpen woonheuvel.
1968 FRIESLAND TERPENLAND (VVV-gids, aut. Keimpe Sikkema) De pioniers wierpen heuveltjes op om de voeten droog te kunnen houden, maar er zijn aanwijzingen. dat zij de strijd tegen de „Blanke Hans", de zee, niet lang hebben kunnen volhouden en dat zij zich in elk geval ‘s winters terugtrokken op de zandgrond in het oosten. Steeds echter kwamen zij terug en zeker is dat er rond 300 vC mensen gedurende langere tijd op de terpen hebben gewoond. De meer permanente bewoning kwam in de eerste eeuw vC en de mensen bleven toen ook ‘s winters.
1965 SKIEDNIS FAN FRYSLÂN (pr.3; D.Kalma, biw. G.N.Visser) §III De Foarskiednis, dl. De terpetiid: In pear ieuwen letter, yn de jierren fan 500-300 f.Kr. — wy binne dan al yn de izertiid — hat in lêste greate ynfaezje pleats; in nij folk komt yn Fryslân en it sil dit folk wêze dat, nei’t it him op de noardlike klaeigrounen delset hat, dêr mei forrin fan tiid as biskerming tsjin de heger wurdende floeden de terpen opsmite sil, dy’t ús safolle kostber archéologysk materiael jown hawwe.
1964 GIDS VOOR DE DELTAWERKEN (J.S.Lingsma, dr.2) Het is deze strook grond . . .
1962 STRIID TSJIN IT WETTER (S.J. v.d.Molen) It opsmiten van terpen en oare hichten wie dus in wapen yn de striid tsjin de sé.
1921 HEIT (J.Botke) Neist terpen sprekt men ek fan wierden . . . lytsere steilere hichten sûnder wenten . . . opsmiten . . . om by hommels opkommende hege floeden de minsken in skûlplak te jaen.
1911 FRIESCH WOORDENBOEK (Red. Waling Dijkstra; med. T.E.Halbertsma, J.Hornstra) Groote en kleine heuvelen, op welker grondlagen, vooral in de noordelijke kleistreken, door de oudste bewoners hunne schamele woningen werden gebouwd, en, even als later de oude Friezen, na hunne komst aldaar, de bodem, door den afval en de overblijfselen van de huishoudingen en bedrijven, en vooral door dikke lagen mest van hun vee, veeltijds met stroo en klei en asch vermengd en bedekt, allengs belangrijk werd opgehoogd; en in de volgende eeuwen, tijdens en na de doorbraken van de noordelijke duinenrij, met mannenmacht door aanzienlijke kleilagen aanmerkelijk werd verhoogd ter beveiliging tegen de vaak verwoestende overstromingen der Noordzee