< Originele tekst
Aan de leden van het Algemeen Bestuur van Wetterskip Fryslân

Onderwerp: dijk Westhoek-SwarteHarne voldoet ruimschoots aan 'deltanormen'
Ljouwert, 29 mei 2006  

Geachte dames/heren,
    Beide stukken die ik u enkele weken geleden met betrekking tot bovenstaande kwestie mailde, zijn dus vrijwel niet aan de orde geweest in de WW- en AFW-vergaderingen van maandag 15 mei. Twee uwer daarnaar gevraagd, kreeg ik het gebruikelijke beeld van het doen en laten van een Algemeen Bestuur. Zelfs al zou het hier niet om het veranderen van een al genomen besluit gaan, dan nog is het Algemeen Bestuur in meerderheid van gedachten dat in zo'n dijkbouwtechnische kwestie het voordeel van de twijfel moet worden gegeven aan wat het (immers door deskundigen geadviseerde) Dagelijks Bestuur als keuze heeft gemaakt. Daarom wordt het als nutteloos gezien onderliggende rapporten te bestuderen, wat op zijn beurt de interpretatie daarvan naar de voorgelegde vergaderstukken geen goed doet. Daarom ook was in overleg tussen commissieleden geconcludeerd dat het geen zin had de door mij overhandigde (hierbij toegevoegde) te mailen. Het zou de sfeer geen goed doen in beeld te brengen dat het plan zijn goedkeuring te danken had aan valse argumenten.

Om als eerste te noemen het argument "dat onomstotelijk vast staat dat het Rijk dit verbeteringswerk dient te financieren", inmiddels trouwens indirekt al als vals erkend (door een waterschapsambtenaar in de AFW-vergadering én door gedeputeerde Bijman vorige week in zijn antwoord op een door de FNP ingediende vraag. En als tweede het argument dat de toestand van de zeedijk het nemen van overhaaste maatregelen eist wil hij niet 10% kans lopen het komende stormseizoen door te breken (bij een stormvloed met een frekwentie 1/10). Evenwel staat over de kans op doorbreken in de onderliggende rapporten "dat ook bij het optreden van een storm met lagere overschrijdingsfrekwentie dan 1/4000 er een reële kans is op het bezwijken van het asfalt ter plaatse van de schadeplekken", met andere woorden dat niet eerder dan bij een storm met een frekwentie van ongeveer 1/1000 op het hevigst daarvan een begin van een gat in het asfalt kan ontstaan en dat ook nog alleen maar bij de geconstateerde schadeplekken. Dat betekent om te beginnen al dat u de kans op doorbreken van de dijk 1000/10 is 100 keer erger is voorgehouden dan de kans op de storm die een begin van een gat in het asfalt maken kan. Als vervalsing daarna nog extra versterkt door u als beeld voor te houden dat dan ineens zoveel zand door het ontstane gaatje onder de asfalt­bekleding vandaan loopt dat dat onmiddellijk in elkaar stort en de dijk doet doorbreken. Dat ook dat beeld gedramatiseerd is, ligt al besloten in het feit dat op dit punt niets te lezen valt in de onderliggende rapporten en dat die daarmee annex ook niet waarschuwen dat de bestaande dijk niet meer een stormvloed met een frekwentie 1/4000 aan kan, dat wil zeggen niet meer aan de 'deltanormen' zou voldoen.

En dat zand lang niet zo snel en in zo grote mate uit de dijk verdwijnt als u is voorgehouden, valt kwantitatief te begrenzen door deze dijk voor 100% uit duinzand opgebouwd te denken en hem vervolgens als een duin op afslag te berekenen. In het rapport WWKZ-81.H230 'Toepasbaarheid van het programma DUINAF voor dijken' heeft Rijkswaterstaat, directie Waterhuishouding en Waterbeweging, district Kust en Zee, dat in 1981 al eens uitgewerkt voor de Noorderleech-dijk. Aanleiding daarvoor was dat Waterschap én Provinciale Waterstaat zich er nog niet bij hadden neergelegd dat – tegen hun adviezen in &ndsh; Provinciale Staten kort daarvoorbij motie hadden gevraagd de zeedijk daar als 'groene dijk' uit te voeren. Doel was de beide dwarsliggers meer bij de werkelijkheid te brengen inzake het door hen uitgebrachte standpunt dat zo'n dijk zo slecht opgewassen zou zijn tegen de maatgevende superstormvloed, dat het nutteloos was zo'n 1 miljoen gulden te spenderen aan het 1:1 uittesten van de sterkte in de golfgoot van het Waterloopkundig Laboratorium. Zoals de toegevoegde, voor deze dijkvorm opgezette als uitkomst van de afslagberekening in beeld brengt, presteert een superstormvloed bij een duin in deze dijkvorm qua erosie niet meer dan nog geen 10% fan het zand naar lager niveau te transporteren. Er blijft nog zoveel zand op zijn plek, dat nog ruimschoots aan de 'deltanormen' wordt voldaan.

Zo'n berekening doet concluderen dat na het ontstaan van een gat in het asfalt daar maar een onvoorstelbaar klein beetje zand door verdwijnt en dat er dus niet eens veel te repareren valt, laat staan dat dit nog tijdens de storm zou moeten plaats vinden. De meerwaarde van goed asfalt is niet veel meer dan dat de zeedijk zelfs bij stormvloeden met een kleinere kans op voorkomen dan om de 1000 jaar nog vrij van onderhoudsschade blijft. Maar waarom als waterschap dit voorjaar dan zoveel noodmaterialen naar de zeedijk brengen en nu overhaast over de volle 22 meter breedte weer hetzelfde materiaal willen aanbrengen dat zoveel minder voldeed dan was verwacht? Volgens mij tactiek om de werkzaamheden nog op dezelfde wijze betaald te krijgen als bij de eerste aanleg van de deltadijken het geval was, d.w.z. voor de volle 100%. En zoals dijkgraaf Kingma toen uitgaande van zo'n financiering niet met minder asfalt dan volgens de 'deltanormen' wou volstaan omdat hij er laagste onderhoudskosten van verwachtte, zo lijkt hij er nu nog over te denken. Dat dat als een verkeerde keuze in beeld zou komen als bij dit dijkvak een ombouw tot een groenere dijk zou plaats vinden, was mogelijk een extra stimulans voor het doordrukken van een korte bezwaarschriftprocedure, zonder te kunnen worden gedwongen tot een vergelijking met alternatieven.

Tegen die achtergrond lijkt dijkgraaf Van Erkelens jullie een duw te hebben willen geven door in de laatste AFW-vergadering uit te spreken dat een 'groene dijk' zijn voorkeur zou krijgen als nu nog moest worden begonnen. Door morgen te besluiten nog de volgende dag te stoppen met het verder slopen aan deze, noch ruimschoots aan de 'deltanormen' beantwoordende dijk, valt van verreweg het grootste deel van de aanneemsom nog 90% te besparen en bovendien kan dan rustig met inbreng van Duitse praktijkfeiten een vergelijking worden gemaakt met alter­natieven. Ongetwijfeld worden dan de grote voordelen onderkend van een ombouw tot een groenere dijk zoals dat al in de jaren tachtig voor Schiermonnikoog werd ingezien toen het (meer op de zon gelegen) asfalt van de nog maar ruim 20 jaar jonge deltadijk er flink meer was aangetast dan momenteel bij deze zeedijk nog maar de praktijk is. Voor dit geval kunnen jullie toch niet volhouden dat het Algemeen Bestuur geen eigen mening kan hebben in dijkbouwtechnische zaken, daardoor één man uit het Dagelijks Bestuur zijn voorkeur laten doordrukkend?
Hoogachtend, ir. Sible de Boer

Ombouw asfaltdijk tot 'groene dijk' volgens email 11.05'06:
Uitgaande van het aanbrengen van een laag klei van 1,50m dikte, moet ter hoogte bovenrand asfalt 1,30m zand worden uitgegraven (de dikte van de te verwijderen asfaltlaag is 0,20m). Het op dat nivo vrijkomende zand word gebruikt voor het hoger maken van de dijk op lager nivo plus voor verbreding van de dijk. Het is ruim voldoende om de Duitse beloophelling 1:6 te realiseren, want daarvoor is niet meer nodig dan de dijk ±1,70m hoger te maken (naar ca. NAP +3,50m) bij wat nu onderrand asfalt is. Die hoogte wordt dus bijna al gehaald door de 1,50m nieuwe klei. Het overblijvende zand is ongetwijfeld teveel om, gezien de al aanwezige hoogte van het voorland, allemaal nodig te zijn voor de verbreding van de dijk. Het kan worden gebruikt om de buitenkant nog vlakker dan 1:6 te leggen (helling bestaande asfaltlaag ongeveer 1:4,5).
De nu al voor een groot deel onder het voorland verdwenen basalt kan worden uitgegraven en gebruikt voor een steenverdediging tot een hoogte van ca. NAP +2,50m op plaatsen waar nog geen begroeid voorland is ontstaan. Maar met zo'n 3cm per jaar aan opslibbing gaat dat momenteel zo veel sneller dan de zeestijging, dat het niet lang meer duurt of het volledige dijkvak heeft voorland (nadat het verondiepen van het Wad als gevolg van de afsluiting van de Zuiderzee zich eerst richtte op OPslibben van de tot wel 30m diepe slenken, begint dat de laatste jaren meer en meer als AANslibben zichtbaar te worden).

  ∧