Webstek- / Sitemap
StekStrúner
Ψoordenboekje

  <   A3  
A4
A5  >

Afsluitdijk waterbouwkundig imponerend en beschamend tegelijk

Al in de naamkeuze Afsluitdijk in plaats van Afsluitdam besloten ligt dat zijn aanleg uitging van een agrarisch onlogische ('kaai- en keegloze') verklaring van ca.2700 jaar Nederlands waterstaatsverleden. Dat deed mij op 23 september 2013 als volgt reageren op het zg. MER-voornemen Afsluitdijk:

Wat ook de reden was, minister Lely schreef de dijkdoorbraken van 1916 volgens Zeeuws/Hollands gebruik toe aan zich onvoldoende sterk tegen kruinoverloop gedragen van de grasbekleding op de dijkbinnenkant (in plaats van aan te steil hellen daarvan). En deed daarmee annex hun beantwoording baseren op het uitgangspunt dat dijken met een grasmatbeklede binnenkant – volledig voorbijgaand aan de toegepaste helling – doorbreken zodra hun kruin door de hoogste van de tegen hun buitenkant oplopende golven wordt bereikt. Het eerste deed die doorbraken aan een onverwijt­bare in plaats van aan een verwijtbare oorzaak toekennen, het tweede resulteerde in een door overdimensionering zo sterk bewonderde wijze van beantwoording dat het de waterstaat inspireerde Lely's uitgangspunt ook voor overig Nederland te gaan hanteren. Dat dat al in de jaren dertig het ruim tien jaar later Deltaplan genoemde dammenplan deed opstellen, deed de waterschappen nog zo weinig versterken aan de binnendams komende dijkjes dat zich daar in 1953 doorbraken bij voordeden. Dat overigens nog beperkt tot zandige dijkjes met een steilere binnenkant dan 1:1¾, bijna dubbel zo steil dan toen elders al gebruikelijk en dan bij de deltadijken het geval werd.

Maar na meer dan 60 jaar door basering op Lely's uitgangspunt de waterstaat sparend te hebben geantwoord op wat laatstgenoemde stormvloed aanrichtte, wordt het m.i. tijd voor basering van de Nederlandse kustverdediging op de daarover uitgebrachte schaderapporten. In het bijzonder op de daarin te lezen doorbraakverklaring: bij een zandige en als zodanig lekke dijk ontstaan van zoveel waterdruk tegen de binnengrasmat dat die bij toepassing op een extreem steile helling als een mat/ kleed gaat hangen om tenslotte nabij de kruin af te scheuren en dan als grote lappen grasmat weg te zakken. Daarmee overstappen van de Zeeuws/Hollandse op de al eeuwen vanaf west-Friesland tot Deens Nordfriesland gehanteerde (door mij Fries-Friesisch genoemde) doorbraakverklaring, zou onze dijken en dammen doen dimensio­neren als bij onze oosterburen. Onder toekenning van een grotere veiligheid zou dat bij toepassing van een grasbeklede binnenkant hun hoogte zo'n 2 meter lager doen berekenen, dat wil zeggen niet langer volgens de deltanormen zoveel hoger dan een volledig asfaltbeklede dijk. Bovendien zou dat een grasmatbekleding voldoende sterkte toekennen om ook hier de plaats te gaan innemen van de veel onderhouds- en vernieuwkosten vergende en bovendien lelijke asfaltbekledingen. Ook Nederland benut dan de onvoorstelbaar grote sterkte die een grasmat als dijkbekleding dankt aan zijn (onzichtbare) worteldradenmat en het daarmee annex al ruim voldoende overloop­sterkte bereikt hebben met de bij de deltadijken en -dammen en ook bij de Afsluit­dijk toegepaste binnenhelling.

Afsluitend inhakend op uw naamkeuze De Nieuwe Afsluitdijk en uw afkorting daarvan tot DNA, adviseer ik u de hiervoor bepleite vernieuwing toe te passen ten opzichte van de door u gehanteerde dimensionering op basis van een principieel onjuiste dijkdoorbraakverklaring. Voor verdere onderbouwing verwijs ik u naar wat reeds op mijn website seewarring.nl staat en naar wat me voor ogen staat daar de komende maanden nog aan te verbeteren en toe te voegen.

De beantwoording was waterstaatkundig en procedureel beschamend

Antwoord van Rijkswaterstaat Midden-Nederland 3 januari 2014:
(opgesteld door Adviesbureau Witteveen+Bos, Nota van Antwoord pag.24, reg.nr. 17)
Samenvatting zienswijze:
De inspreker verzoekt de Afsluitdijk niet volgens de huidige deltanormen te dimen­sioneren. Volgens de inspreker zijn de huidige dijken en dammen in Nederland over­gedimensioneerd. Zo hebben de met een grasmat beklede dijken, volgens de inspreker, al onvoorstelbaar grote sterkte door de worteldradenmat die zich onder het gras bevindt. De gehanteerde dimensionering van Nederlandse dijken en dammen zou gedaan zijn op een principieel onjuiste dijkdoorbraakverklaring.

Standpunt Minister van Infrastructuur en Milieu:
Voor de Afsluitdijk gelden de veiligheidsnormen voor primaire waterkeringen, zoals vermeld in artikel 2.2 van de Waterwet
Artikel 2.2:

1. In de bij deze wet behorende bijlage II is voor elke dijkring de veiligheidsnorm aangegeven als gemiddelde overschrijdingskans per jaar van de hoogste hoogwaterstand waarop de tot directe kering van het buitenwater bestemde primaire waterkering moet zijn berekend, mede gelet op de overige het waterkerend vermogen bepalende factoren. Artikel 1.3, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2. In overeenstemming met en ter vervanging van de overschrijdingskans in de zin van het eerste lid, wordt bij ministeriële regeling voor elke dijkring de veiligheidsnorm nader aangegeven als de gemiddelde kans per jaar op een overstroming van het door de dijkring beschermde gebied door het bezwijken van een primaire waterkering.

3. Primaire waterkeringen die niet zijn bestemd tot directe kering van het buitenwater moeten, zolang voor de dijkring rondom het gebied waarvoor zij een waterkerende functie vervullen geen veiligheidsnorm als bedoeld in het tweede lid is vastgesteld, ten minste gelijke veiligheid bieden als het geval was op 15 januari 1996.

Aan deze veiligheidsnormen dient de beheer­der, in dit geval het Rijk, zich te houden. Zoals vermeld in het Startdocument is, bij de Tweede Landelijke Toetsing van de primaire waterkeringen (2006) gebleken dat de Afsluitdijk niet meer voldoet aan de wettelijk gestelde veiligheidseisen. De hoogte en stabiliteit zijn onvoldoende en de grasbekleding op de kruin en het binnentalud is onvoldoende erosiebestendig. Het kabinet heeft eind 2011 een voor­keursbeslissing genomen, door vaststelling van de Structuurvisie Toekomst Afsluit­dijk. De planuitwerking van de versterking Afsluitdijk, zal daarom uitgaan van de wettelijk vastgestelde veiligheidsnormen.
Mijn reactie van . . februari 2014 naar Rijkswaterstaat Midden-Nederland: (concept)
Bij brief van 3 januari 2014 zond u mij de Nota van Antwoord met daarin het door Adviesbureau Witteveen+Bos namens u gegeven antwoord op de door mij ingezonden zienswijze inzake het Startdocument Planuitwerking Afsluitdijk. Als beantwoording nog erger dan ik vreesde. Naast voorop stellen van verdedigen van het voorliggende plan, permitteert u zich daarbij een voor een overheidsdienst onbehoorlijke tactiek. Samen riepen ze bij mij repliceren met de volgende verwijten op:
  • het in 6 regels (waarin drie keer "volgens de inspreker") samenvatten c.q. ontkrachten van de door mij reeds tot 42 regels (minder dan een A4) beperkte zienswijze
  • het bovendien niet als bijlage aan de nota toevoegen ervan of althans oproepbaar maken via internet
  • het in 10 regels slechts antwoorden met een opsomming van politiek of anderzins genomen beslissingen die niet zouden toestaan iets met mijn zienswijze te doen, daarmee bijvoorbeeld ten onrechte suggererend dat de rijkswaterstaat zich zou moeten blijven baseren op de Zeeuws/Hollandse dijkdoorbraakverklaring en daarmee Nederland ook na de uitvoering van de Deltawet de voordelen zou moeten blijven onthouden van zoals Duitsland baseren van de dijkdimensionering op de Fries/Friesische verklaring.