Ombouwen tot deltadijk volledig vergoed krijgen betekende voor de Nederlandse kant van de Fries/Friesische
kust op rijkskosten de zeedijken tot drie meter verhoogd kunnen krijgen plus tot hoger dan ze waren hun
buitenkant voorzien van een aanvankelijk als vrijwel onderhoudsvrij geziene asfaltbekleding. Voor in dat geval
grootschalig overdimensioneren door als Deltacomissie "zeer onder de ban zijn van de gebeurtenissen in
Zeeland" is in 1961 door een gepensioneerd opzichter in een brief aan een van de betreffende waterschappen
gewaarschuwd door ondermeer te wijzen op:
"Bijna 40 jaar was ik belast met het toezicht op de zeewering in beheer en onderhoud bij het waterschap 'Der
Vijfdeelen Zeedijken Binnendijks' en in die jaren hebben vele en soms zware stormen hun kracht op de zeedijk
beproefd, maar nooit is er in die tijd van gevaar sprake geweest. Zelfs niet bij de bekende stormen van 1953 en
1954 (3.80m +NAP). In mijn stormrapport van 26 februari 1953 schreef ik dan ook, dat bij een stormvloedpeil van
4,00 meter +NAP bij ons waterschap nog geen direct gevaar voor een dijkbreuk aanwezig was. Het is meen ik
begrijpelijk dat ik vreemd opkeek toen ik hoorde van plannen om de zeedijken ten noorden en zuiden van
Harlingen met bijna 3 meter tot 9,25 en 9,15 meter +NAP te verhogen."
Maar nog geen twintig jaar later blijkt het na fusering ontstane Waterschap Fryslân over de uitvoering van de
Deltawet in Ferwerderadeel de Minister van Verkeer en Waterstaat dd. 20 september 1980 een brief met de
volgende passage te kunnen schrijven:
"Wij achten een ontwerp zonder een steen- of asfaltbetonbekleding niet verantwoord. Het komt ons, gelet op
onze grote ervaring met Waddenzeedijken bij stormvloeden, onwaarschijnlijk voor dat een dergelijke constructie
een Deltastorm zal kunnen keren. Hoewel wij niet verwachten dat onderzoek hiernaar zal aantonen dat dit wel
het geval zal zijn, achten wij het niettemin op z'n minst noodzakelijk dat, alvorens tot dergelijke
dijkbouwconstructies wordt overgegaan, een uitgebreid onderzoek hiernaar zal moeten plaatsvinden. Immers
anders wordt op basis van een niet meer dan "wishfull thinking" overtuiging de in dijkbouwtechniek tot nu toe
gebruikelijke harde zetsteen en/of asfaltbetonbekleding weggelaten. Een flauwere buitenbeloophelling zou deze
rigoureuze ommezwaai in dijkbouwtechniek, nog afgezien van de problematiek van de hogere kruinhoogte van er
op aansluitende dijkvakken, geheel moeten kunnen compenseren?"
Dat was een schriftelijk bevestigende toezegging aan de Rijkswaterstaat dat Waterschap Fryslân niet
zonder meer uitvoering vond t3e kunnen geven aan een door de Friese Staten aangenomen motie ten gunste
van weglaten van de door de deltanorm van het Deltaplan voor de buitenkant van deltadijken voorgeschreven
asfaltbekleding. Dat leidde tot op ware grootte maken van een met grote graszoden afgedekte deltadijk in de
golfgoot van het Waterloopkundig Laboratorium in de Noordoostpolder. En tot het zich vervolgens veel sterker
tonen van die proefdijk dan vereist bij het daarop loslaten van veel meer dan de gemiddeld eens per 4000 jaar
verwachte mate van golfaanval. Wat de worteldradenmat van een grasmat/kleibekleding daar aan sterkte
etaleerde was zo imponerend dat Ferwerderadeel een volledig grasmatbeklede deltadijk kreeg.
beneaming