Hierbij teken ik op 3 gronden beroep aan tegen bovengenoemd besluit van het College van Gedeputeerde Staten van Friesland inzake het Dijkverbeteringsplan Westhoek-Zwarte Haan, inhoudende het voor ruim €19 miljoen over een lengte van 6 km VOLLEDIG vernieuwen van de bijna 22 meter brede strook asfaltbekleding. Als plankeuze stoelend op de gedachte dat het rijk de kosten volledig zal vergoeden en dat niettegenstaande het feit dat Rijkswaterstaat veel minder ingrijpend adviseerde: voor het overgrote deel van de bekleding slechts het plegen van (te lang uitgesteld) onderhoud en enkel voor de onderste 4,50 meter vernieuwing. En zelfs daarvoor dreigt het rijk niet te betalen nu de versnelde veroudering in dat deel van de asfaltbekleding door Rijkswaterstaat wordt toegeschreven aan bij de aanleg in 1972 (onder verantwoordelijkheid van Waterschap en Provinciale Waterstaat) ontstane gebreken.
Ten eerste teken ik beroep aan tegen het besluit van Gedeputeerde Staten in dezen de verkorte procedure van tervisielegging van toepassing te verklaren op grond van de argumentatie dat de dijk 10% kans loopt het komende stormseizoen door te breken als de normale procedure wordt aangehouden en de uitvoering daardoor een jaar opschuift. Als bewering een onbehoorlijke verwoording van de onderliggende rapporten én niet geënt op geluiden vanuit de bevolking ter plaatse. Maar dan haal je er even een adviesbureau bij dat meer gewicht toekent aan het behouden van opdrachten dan aan ethisch handelen. Voorzover Algemeen Bestuur én Gedeputeerde Staten zich al controlerend opstellen tegenover wat je meedeelt, neemt het rapport van het als onafhankelijk beschouwde adviesbureau hun scepsis dan mooi weg. Dat beide instanties ook in dit geval niet toekwamen aan toetsing op onderliggende rapporten en als zodanig aan echte contrôle, ligt besloten in het voor waar aannemen "dat onomstotelijk vaststaat dat het Rijk dit verbeteringswerk dient te financieren" (schriftelijke toelichting agendapunt vergadering Algemeen Bestuur 20 maart 2006).
Ten tweede teken ik beroep aan tegen de gedane plankeuze om ALLE asfalt te vernieuwen en als zodanig 5 maal zoveel als de Rijkswaterstaat adviseerde. Maar primair geldt mijn beroep op dit onderdeel dat zelfs dit plan nog stoelt op het letterlijk toepassen van de door de Deltacommissie opgestelde "aanbevelingen en richtlijnen" (ten onrechte algemeen deltaNORMEN genoemd). Dat betekent dat het waterschap krampachtig vasthoudt aan een dijkbouwmethode die de toepassing van asfalt in sterke mate bevoordeelt door een gras/klei-bekleding, bij toepassing op een minder steile helling, niet sterker te achten dan bij de in 1953 in zuidwest-Nederland beschadigde dijkjes. Maar het minder lang meegaan van asfalt én het deze keer zelf moeten betalen, maken het voor dit dijkvak nog dwazer daar slaafs navolging aan te blijven geven. Vooral voor deze regio die het aanleggen van dijken vanwege de grote voordelen zo'n 1800 jaar lang (vanaf de eerste dijkaanleg in de 2e eeuw tot de invoering van de 'deltanormen') bleef bedrijven vanuit het weten dat reeds een geringe taludverflauwing resulteert in een grote sterktetoename van een gras/klei-bekleding. De dwaasheid ten top om zelfs nu nog niet te kiezen voor een uitvoering zoals in Ostfriesland en Nordfriesland voor overeenkomstig gelegen dijken gebruikelijk: geheel grasbekleed waar inmiddels begroeid voorland is ontstaan en waar dat nog niet het geval is een strook voorland maken ofwel een lage teenverdediging van steenmaterialen (ongeveer tot kwelderhoogte). Desgewenst kan ik u op korte termijn een nadere onderbouwing sturen.
Ten derde teken ik beroep aan tegen het besluit van Gedeputeerde Staten geen milieueffect-rapportage te doen verrichten op grond van de argumentatie dat hier slechts 'beperkte effecten' in het geding zijn. Het is een besluit dat de minder asfalterende opties benadeelt en dat nog sterker als het om vervangen door een gras/klei-bekleding gaat. Kiezen voor dat type bekleding levert voor wat de milieuaspecten betreft een sterke vergroting op van de natuur- en landschapswaarden en daarmee annex de recreatiewaarde, nog eens extra doordat bij een dergelijke dijk de optimale hoogteligging qua dijkonderhoudsweg voor het daarmee te kombineren fiets-/wandelpad een lagere en als zodanig aantrekkelijker hoogteligging oplevert. Bovendien betekent die keuze het behalen van milieuwinst ten opzichte van het opnieuw aanbrengen van asfalt, mede vanwege het om de ongeveer 10 jaar daarop moeten sproeien plus splitten van een dichtingslaag én vanwege het mettertijd moeten slopen daarvan. En daar behoort een waterschap niet zoals deze keer zo'n 30 jaar mee te wachten tot de doorbraakkans op nog maar 10% wordt getaxeerd.
Helaas restte mij geen andere mogelijkheid dan via de weg van het indienen van beroep alsnog kans te maken tijdig en dan met name bij het Algemeen Bestuur van het waterschap het besef te doen ontstaan dat het grote voordelen oplevert het onderhavige dijkvak op de in Duitsland gebruikelijke wijze te doen uitvoeren. Daarmee dan een vervolg gevend aan wat ik zo'n 20 jaar geleden kon bereiken voor wat betreft het groener maken van 3 waddeneiland-dijken alsmede de Noorderleech-dijk, toen notabene in een situatie waarbij uitvoering volgens de 'deltanormen' en als zodanig veel duurder met asfalt, volledig door het rijk zou worden betaald. Ter meerdere inspiratie voor het bij dit dijkvak dan toch tenminste voor de BUITENkant breken met de dwaasheid geen betekenis aan de taludhelling toe te kennen, voeg ik nog het volgende toe: